Suikerziekte

Blijft uw hond maar vragen om drinken, slobbert ie overal waar hij maar kan uit plassen, vijvers, drinkbakken etc? Wordt hij wat magerder? Dan kan het zijn dat hij suikerziekte heeft. Een hond met suikerziekte heeft een tekort aan het hormoon insuline. Dit hormoon wordt aangemaakt in de alvleesklier en het zorgt ervoor dat het suiker uit de voeding van de hond kan worden gebruikt als energie brandstof in het lichaam. Het zorgt er tevens voor dat de bloedsuikerspiegel binnen nauwe grenzen gehandhaafd blijft.

Als er te weinig insuline is dan blijft er teveel glucose in het bloed circuleren en is er sprake van suikerziekte. Het bloedsuikerspiegel is dan dus te hoog. Het is zo hoog dat de nieren glucose uit gaan scheiden, dat trekt weer vocht mee waardoor de hond meer gaat plassen. Daardoor moet hij dus ook weer meer drinken. Omdat glucose nu niet als brandstof kan worden gebruikt zal de hond meer gaan eten, maar toch gewicht verliezen. Uiteindelijk verslechtert de eetlust en de conditie van de hond.
De definitieve diagnose van suikerziekte wordt gesteld door middel van bloedonderzoek. Er moet meerdere malen een verhoogd glucose gehalte in het bloed worden aangetroffen, of er wordt een stofje in het bloed gemeten wat aangeeft dat er al gedurende een langere periode sprake is van een verhoogde bloedsuikerspiegel. 
 
Niet in alle gevallen is duidelijk waarom suikerziekte bij de hond ontstaat. Vaak zijn er toch andere ziekten of behandeling met bepaalde medicijnen in het spel die suikerziekte veroorzaken. Suikerziekte komt vaker voor bij teven dan bij reuen. De oorzaak hiervan ligt bij de hormonen die door de eierstokken worden afgegeven. De suikerziekte ontstaat dan direct na de loopsheid. In deze gevallen is de suikerziekte omkeerbaar als de teef zo snel mogelijk gesteriliseerd wordt. Daarnaast hebben honden die te dik zijn, net als mensen, een verhoogde kans op suikerziekte. Een slanke hond is dus ons streven!
 
De behandeling van suikerziekte bestaat uit het dagelijks (één- of tweemaal daags) injecteren van het hormoon insuline. Dit moet op vaste tijdstippen onder de huid gebeuren. Het lijkt eng, maar in de praktijk blijkt dit erg mee te vallen. Ook moet de hond een regelmatig voedselschema aanhouden. Het blijkt vaak wel een behoorlijke opgave te zijn om de regelmaat te kunnen handhaven in de behandeling van deze ziekte. Daarom heeft het voor veel mensen toch een behoorlijke impact! Dit lijkt ook vooral in het begin een struikelblok, maar als eenmaal de regelmaat erin zit gaat het op een gegeven moment vanzelf. We moeten de juiste dosering insuline vaststellen door regelmatig controles uit te voeren van de bloedsuikerspiegel.  Als eenmaal de juiste dosis is vastgesteld zal de hond snel opknappen. Hij wordt weer levendiger en zal minder drinken en plassen. De controles kunnen dan ook worden verminderd. De hond kan dan een normaal leven leiden en gewoon oud worden!