Gebitsbehandeling

Gebitsproblemen komen bij veel paarden voor. In de natuur eten paarden de hele dag ruwvoer. Hierdoor slijten de kiezen continu.
Paarden in Nederland krijgen vaak minder ruwvoer, wat bovendien van betere kwaliteit is, waardoor ze een nog kleinere hoeveelheid voer nodig hebben om genoeg energie binnen te krijgen. Daardoor hoeven ze niet zo veel te kauwen en slijt het gebit minder. Al snel ontstaan er haken en scherpe kanten welke kunnen leiden tot verschillende problemen. Dit kan bijvoorbeeld zijn: vermageren ondanks goed voer, proppen maken of stank uit de mond. Ook tijdens het rijden kunnen paarden last hebben van het gebit, wat zich onder andere kan uiten in het niet willen aannemen van het bit, kantelen of schudden van het hoofd. 

De grootste veranderingen in de mond vinden plaats tijdens het wisselen. Paarden beginnen te wisselen als ze 2,5 jaar oud zijn. Met vijf jaar zijn ze uitgewisseld. Omdat er in deze periode veel gebeurt in de mond, is het verstandig het paard elk half jaar te laten nakijken. Als paarden geen afwijkingen aan het gebit hebben, is daarna één keer per jaar behandelen genoeg.

Voor de behandeling wordt het hele paard en het gebit bekeken door ons. Als paardendierenartsen kunnen wij gebruik maken van een sedatie rechtstreeks in de bloedbaan (roesje). Dit werkt snel en is binnen ongeveer een uur na de behandeling uitgewerkt. Alleen een dierenarts mag en kan een plaatselijke zenuwverdoving gebruiken. Dit wordt gedaan bij ingrepen waarvan verwacht wordt dat ze pijnlijk zijn. Zo is het voor het paard het minst belastend en kan de behandeling optimaal uitgevoerd worden.

De behandeling wordt gedaan door erkende paardendierenartsen, met de nieuwste elektronische apparatuur, die zich hebben toegelegd op tandheelkunde bij het paard. Deze dierenartsen volgen jaarlijks bijscholingen om hun kennis en kunde op peil te houden.

 

haak_op_kies_paard