Afbeelding: westnile

West-Nile

West-Nile virus is afkomstig uit Afrika en vormt een grote bedreiging voor paarden en mensen. Het virus wordt overgedragen door een beet van een besmette mug. Vooral vogels zijn geïnfecteerd met het virus. Mensen en paarden zijn “eindgastheer”. Zij kunnen de ziekte wel krijgen, maar het virus kan zich niet vermeerderen om zich te kunnen verspreiden. In Europa treedt het voornamelijk op tussen juli en oktober.
 
De ziekte kan bij het paard onopgemerkt blijven, maar kan ook symptomen veroorzaken als koorts, sloomheid en verminderde eetlust. In 30% van de gevallen treden neurologische klachten op.  De neurologische klachten kunnen variëren van veranderd gedrag tot spiertrillingen, vaak alleen aan het hoofd, soms ook uitbreidend naar de romp en de benen. Deze klachten treden acuut op en verslechteren snel. Uiteindelijk kan het paard verlammingsverschijnselen of ataxie vertonen.
 
De diagnose kan gesteld worden door bloedonderzoek. Bij paarden met neurologische verschijnselen zonder duidelijke oorzaak is het zeer raadzaam dit te doen.
 
De behandeling bestaat uit het bestrijden van de symptomen. 30% van de paarden met neurologische klachten sterven of houden ernstige afwijkingen.
Tot nu toe komt het nog niet in Nederland voor, maar al wel in Zuid-Europa. De vraag is niet of het hier komt, maar wanneer! Vaccinatie geeft een goede bescherming tegen het virus en de ziekte.
 
Verder is het voorkomen van muggenbeten van groot belang. Dit kan door het weghalen van waterreservoirs met stilstaand water en door de paarden niet te weiden rond zonsopgang en zonsondergang.
 
Vaccineren:  Wij adviseren om uw paarden te enten tegen het West-nile virus. Veulens vanaf 6 maanden en paarden die nooit eerder gevaccineerd zijn voor West-nile worden twee keer geënt  met 3-5 weken ertussen. Daarna jaarlijks hervaccinatie.