Geplaatst op: 6-6-2014

Aanpak weide-infecties

Rundveebedrijven met weidegang kunnen te maken krijgen met verschillende parasitaire infecties. In het begin van het weideseizoen vragen vooral weidecoccidiose en maagdarmwormen de aandacht.

Een speciale vorm van coccidiose, zogenaamde weidecoccidiose, kan al binnen een week na het uitscharen tot hele heftige diarree, uitdroging, verlamming en sterfte leiden bij jongvee. De infectie is gekoppeld aan het perceel waar de kalveren voor het eerst weiden. Bij opnieuw inscharen in hetzelfde perceel treden de klachten niet op. De diagnose kan eenvoudig gesteld worden op basis van mestonderzoek en de dieren zullen ook na tijdige behandeling volledig herstellen. Een preventieve maatregel is het maaien van de weide, direct na de eerste keer uitscharen van de pinken. Dan is er echter wel een verhoogde kans op infecties met maagdarmwormen.

Maagdarmwormen vragen bij uitscharen voor 1 juli extra aandacht vanwege de overwintering van deze parasieten, en dan met name weide waarin het voorgaande jaar jongvee heeft gelopen (kans op zwaardere besmetting). De datum 1 juli is van belang, omdat na 1 juli meestal geen overwinterde infectie meer aanwezig is. Voor kalveren die voor 1 juli worden uitgeschaard is het advies na zes tot acht weken een mengmestmonster van vijf dieren in te sturen naar de GD. Op basis van die uitslag (aantal eieren per gram mest (epg)) kunt u samen met uw dierenarts een strategie bepalen voor maagdarmwormen in het komende weideseizoen. Bij mestonderzoek dat later in het seizoen is uitgevoerd, is het verband tussen epg en wormbelasting veel minder duidelijk.

Bron: www.gddiergezondheid.nl