Geplaatst op: 22-4-2014

Mineralen bij jongvee in de weideperiode

Een belangrijk aandachtspunt bij de start van het weideseizoen is het bepalen van de juiste mineralenvoorziening van het jongvee, om de groei en gezondheid ook tijdens de weidegang op peil te houden.

Spoorelementen in de weideperiode

Onder gemiddelde Nederlandse omstandigheden bevat vers gras een tekort aan selenium, koper, kobalt en vaak ook jodium. Zonder aanvulling in het rantsoen zal de status van deze mineralen gedurende de weideperiode afnemen en kunnen uiteindelijk tekorten ontstaan. Met bloedonderzoek op koper en selenium wordt dit beeld bij jongvee al vele jaren bevestigd.

Wanneer ontstaan klachten?

Voor de meeste spoorelementen zijn bij tekorten de klachten niet heel duidelijk. Het gaat vaak om verschijnselen als verminderde groei en een verminderde kleur. Klinische klachten door een tekort aan spoorelementen treden vaak op na langdurige vermindering in het aanbod. In geval van een langdurig kopertekort zullen botveranderingen en een verminderde groei bij het jongvee optreden. De verschijnselen van een langdurig kopertekort kunnen getoetst worden aan de hand van afwijkende bloedwaarden en/of lage kopergehalten in de lever. Klachten die ontstaan door deze (langdurige) tekorten aan spoorelementen kunnen niet altijd met een royale aanpassing van het rantsoen volledig gecompenseerd worden.

Relatie met tankmelkonderzoek

Bij nadere analyse van het in 2013 uitgevoerde tankmelkonderzoek op mineralen valt op dat op bedrijven met een lage voorziening aanspoorelementen bij melkvee  vaak ook sprake was van een verminderde voorziening bij jongvee. Dit is natuurlijk niet noodzakelijkerwijs het geval.

Optimaliseren, maar hoe?

Geadviseerd wordt om op bedrijven waar verder weinig bekend is over de mineralenvoorziening aan het begin va de weideperiode een ‘nulmeting’ uit te voeren bij vijf dieren die voor het eerst en voor een langere periode naar buiten gaan. Deze nulmeting bestaat uit een bloedonderzoek op koper en selenium. Het seleniumonderzoek wordt uitgevoerd door het bepalen van een enzym (GSH-Px) dat selenium bevat. Bij opstallen worden dezelfde dieren opnieuw onderzocht. Vergelijking van de uitslag bij opstallen met de nulmeting geeft inzicht in de mineralenvoorziening. Dit maakt het mogelijk om een goed plan van aanpak te maken voor de mineralenverstrekking in het daaropvolgende jaar en om op dat moment eventueel bij te sturen.

Ook op bedrijven die in de weideperiode al maatregelen nemen (likstenen, bolussen, enzovoort) is het zinvol om bovenstaande controle uit te voeren als evaluatie. Misschien zijn bepaalde maatregelen niet nodig. 

Bron: www.gddiergezondheid.nl

Mineralen bij jongvee in de weideperiode