Klauwgezondheid bij het varken

Klauwgezondheid is een belangrijk thema. We vragen veel van het varken en zoals we dan mooi zeggen: GEZONDHEID STAAT OP POTEN.

Kreupelheden, of met een mooie naam locomotiestoornissen, komen bij varkens veel voor. Het ontstaan van deze stoornissen is complex. Infecties, huisvestingssystemen, vloeruitvoering, voeding en erfelijkheid  spelen een rol.
Locomotiestoornis is een veelomvattend  begrip, waarbij de ernst kan variëren van afwijkende gang of geringe kreupelheid tot een volledig niet meer kunnen lopen. (Bron: o.a. GD praktijkmap varken)

Afbeelding: pacman

Algemeen

Bot- en beenproblemen zijn vaak het gevolg van een verstoord botmetabolisme. Osteoblasten (botvormers) en osteoclasten (botafbrekers) houden het botmetabolisme normaal gesproken in evenwicht. Als een dier ineens veel calcium nodig heeft, wordt dit calcium uit het bot vrijgemaakt. Na een periode waarin de vraag naar calcium hoger is dan de aanvoer via het voer, bijvoorbeeld tijdens de lactatie,  moet het bot de gelegenheid krijgen om weer te herstellen.
Als dit herstel in onvoldoende mate plaatsvindt, dan ontstaan er mogelijk problemen bij een volgende periode van verhoogde calciumbehoefte.

De omschrijving  van problemen met het beenwerk bij met name vleesvarkens is in de literatuur niet eensluidend.  De beenwerkproblemen worden veelal omschreven als beenzwakte.  Dit is een beoordeling van de bewegingsmogelijkheden van het varken en komt tot uiting in afwijkende gangen en standen van het varken zoals: X-benigheid,bok- en sabelbenigheid, onderstandigheid, stijve gang en stand en koehakkigheid.

Klauwen

De varkensklauw,  met haar combinatie  van harde en zachte onderdelen, is anatomisch gezien meer geschikt voor een zachte, dan voor een harde ondergrond. Het sterk ontwikkelde balgedeelte fungeert echter prima als stootkussen op een harde ondergrond.

Enige fysieke belasting is noodzakelijk voor een goede klauwgezondheid.  Uit onderzoek is gebleken dat de maximale kracht die wordt uitgeoefend op de klauw onafhankelijk  is van het gewicht van het dier. Het blijkt namelijk dat het draaggedeelte van de klauw (het gedeelte datde bodem raakt) evenredig is aan het lichaams- gewicht.

De klauw behoudt haar lengte door enerzijds aangroei en anderzijds slijtage.
Het wandhoorn van de varkensklauw groeit zeer snel:
• bij varkens van 3 tot 4 weken bedraagt de groei 11,5 mm per 28 dagen
• bij varkens van 4 tot 6 maanden is dat 9,2 mm per 28 dagen
• bij jonge volwassen zeugen 5,8 tot 8,7 mm per maand
• bij varkens van 1 tot 6 jaar 5,5 mm per 28 dagen.

Het hoorn aan de achterpoten  groeit sneller dan het hoorn van de voorpoten. Binnen zekere grenzen past de hoorngroei  zich aan, aan de mate van slijtage van het hoorn.
De mate van afslijting bepaalt de vorm van de klauw en als gevolg hiervan de stand van het been.

 

Beschrijving van de aandoeningen

Gewrichtsontstekingen

Diverse infectieuze oorzaken waaronder:

  • Ziekte van Glässer
  • Streptococcen infecties
  • (Chronische) vlekziekte
           Kreupelheid vanaf 3 maanden – 3 jaar. Volgens de literatuur is Erysipelas rhusiopathiae,  de meest geïsoleerde          pathogeen in geïnfecteerde gewrichten. Het betreft veelal een chronische arthritis, die gepaard gaat met een stijve gang en gezwollen gewrichten.
  •   Mycoplasma hyosynoviae
           Kreupelheden als gevolg van Mycoplasma hyosynoviae komen wereldwijd  voor en worden vooral gezien bij varkens van 40-100 kg. De ziekte wordt vaak gezien in samenhang met een Haemophilus parasuis infectie.  Vaak betreft het kreupelheid van de achterpoten (hondenzit).De ziekte  heeft een acuut verloop, gepaard gaande met koorts. 

Klauwontstekingen en klauw- aandoeningen

Zoötechnische aspecten hebben grote invloed op het ontstaan van klauwaandoeningen:
• soort vloer: beton versus kunststof;  halfrooster versus volledig  rooster of dichte vloer
• kwaliteit rooster
• spleetbreedte
• ruwheid van het vloeroppervlak
• hygiëne
• vochtigheidsgehalte van de vloeren; natte bedding
• beschikbare ruimte per dier
• voeding, met name biotinedeficiëntie

Verschijnselen
Klauwaandoeningen kunnen voorkomen in de bal, de zool, de witte lijn, de teen en de wand. Daarnaast kunnen tussenklauwontsteking  (panaritium) en lange tenen worden genoemd.  Met name ernstige laesies kunnen duidelijke  locomotieproblemen  veroorzaken. Dergelijke laesies kunnen echter ook worden gevonden bij dieren zonder duidelijke  verschijnselen.

De locomotiestoornis  kan het gevolg zijn van:
• pijn
• ontsteking ten gevolge van infecties  van de klauw De aanwezigheid  van een dergelijke ontstekingsreactie  uit zich in zwelling van de kroonrand en/of abcesvorming vlak boven de kroonrand

Voorkomen
Klauwaandoeningen komen veelvuldig voor bij varkens van alle leeftijden. Uit de literatuur blijkt dat ongeveer zestig procent van de aan- gevoerde vleesvarkens op het slachthuis één of meer beschadigde klauwen heeft. Vooral de zoolbalbeschadigingen komen veel voor, daarna klauwrandbeschadigingen en kroonrandbeschadigingen. 
De ernst dan wel de aanwezigheid van klauwbeschadigingen lijkt geen invloed te hebben op de economische kengetallen geslacht gewicht, groei per dag en classificatie.

Biotine

Biotine is een belangrijk vitamine voor een goede keratinisatie  en vorming van de klauw, een gezonde huid en een goede vruchtbaarheid. Een tekort aan biotine verhoogt de kans op klauwscheuren. Biotine heeft dus een gunstige invloed bij de preventie van klauwbeschadigingen. Deze invloed is bij jonge varkens het sterkst.
Het curatieve effect van biotine bij varkens die reeds klauwafwijkingen  hebben, is gering.  Er wordt aanbevolen 150 tot 300 (500) µg biotine aan het opfokzeugenvoer toe te voegen. Bij ernstige klauwscheuren worden doseringen van 1000 tot 1500 µg biotine/kg voer voorgeschreven.

Preventie
Uit onderzoek blijkt dat het coaten van vloeren geen of slechts geringe invloed heeft op het percentage en de ernst van klauwbeschadigingen. Wel zijn er duidelijk staleffecten gevonden. Dit suggereert dat andere, nog onbekende aanpassingen van een stal/hok, verbetering kunnen opleveren betreffende  de ernst en frequentie van klauwbeschadigingen.  Desondanks kunnen de volgende preventiemaatregelen worden genoemd:

• kwalitatief goede vloeren, die voldoende ruw zijn; kwalitatief goede roosters
• geen obstakels in de hokken
• droge hokken c.q. vloeren
• geen scherp strooisel (liever geen gerstestro)
• juiste bezettingsgraad
• juiste voeding met voldoende biotine,  zink en zwavelhoudende aminozuren.
• goede klimatologische  omstandigheden
• tijdige behandeling van kreupele zeugen
• tijdige ruiming van niet te genezen varkens

Therapie

• Pedicuren: dit levert doorgaans maar korte tijd verbetering  als de overige omstandigheden (voer, vloeruitvoering) hetzelfde blijven
• Dieren op een zachte bodem plaatsen
• Pijnstillers
• Extra biotine  verstrekken
• Behandeling met antibiotica geeft vaak teleurstellende resultaten

Afbeelding: kreupel_varken
Afbeelding: sow%20claw%20trim

Lange klauwen

Lange klauwen komen geregeld voor als bedrijfsprobleem.

Lange klauwen worden vooral gezien aan de achterpoten, maar ook de klauwen van de voorpoten  en de bijklauwen  kunnen te lang zijn. Doordat de bijklauwen  blijven haken, ontstaan wonden en ontstekingen aan de poot. Als gevolg van de lange klauwen wordt de beenstand sabelbenig (onderstandig),  waardoor de klauw nog minder afslijt. Het probleem komt vooral voor op bedrijven met brijvoer met bijproducten uit de voedingsmiddelenindustrie. Het wordt ook gezien op bedrijven met alleen droogvoer.

Oorzaak
De oorzaak van lange klauwen is nog niet bekend. Waarschijnlijk spelen meer factoren gelijktijdig een rol. Als mogelijke  oorzaken worden genoemd:

  • te snelle groei van de klauwen
  • te weinig slijtage
  • afwijkende stand

Therapie en preventie
Zoals vermeld is de oorzaak van lange klauwen niet duidelijk. Als therapie en preventie worden genoemd:

• zorgen dat de klauwen voldoende kunnen slijten;
• strenge selectie op beenstand tijdens aankoop van fokmateriaal;
 aanpassen van de voeding;  zie ook ‘Te snelle groei van de klauwen’. Het verminderen van het tarwezetmeelgehalte en het gehalte aan zwavelhoudende aminozuren zou een gunstig effect kunnen hebben. Ditzelfde geldt ook voor het toevoegen van natrium-bicarbonaat (dosering tot 0,3 tot 0,4%);
• het bekappen van de klauwen. Het blijkt echter dat na behandeling  de problemen snel opnieuw ontstaan,  vanwege een (verkregen) afwijkende stand.

 

Overige aandoeningen

 

Stijve varkens

Stijfheid komt vooral voor bij vleesvarkens vanaf 50 kg lichaamsgewicht.
De aandoening  treedt vrij plotseling op en verdwijnt ook weer, soms zelfs zonder maatregelen te hebben genomen.  De varkens gaan op de punten  van de klauwen of zelfs op de overkoot (voorpoten)  staan. Als de varkens in beweging komen, neemt de stijfheid af. Ook bij zeugen wordt stijfheid geconstateerd, vaak in combinatie met lange klauwen.  Er wordt gesuggereerd dat door stijfheid de zeugen minder gaan staan, waardoor de klauwen minder afslijten, met als gevolg lange klauwen.

De oorzaak van stijfheid is onbekend. 
Er is wel een verband gelegd met het voeren van zure voeders. Uit onderzoek is echter gebleken dat stramheid met behulp van extreem hoge concentraties rechts- of linksdraaiend melkzuur niet op korte termijn is op te wekken. Daarnaast is gebleken dat varkens goed kunnen omgaan met grote hoeveelheden zuur in brij. In de meeste gevallen resulteren wijzigingen  in het rantsoen in verbetering  van de situatie. Stijfheid zou ook kunnen ontstaan  als gevolg van het langdurig liggen op een harde en koude ondergrond al of niet gecombineerd met te weinig beweging.

Splayleg

Splayleg is een kort na de geboorte optredende bewegingsstoornis bij biggen. De aandoening  is voor het eerst duidelijk beschreven in 1967. Aangetaste biggen spreiden de achterpoten van het lichaam.
In ernstige gevallen zijn ook de voorpoten  aangetast. De spieren vertonen het beeld van spieren van biggen vlak voor de geboorte (enkele dagen tot een week).

Oorzaak
De directe  oorzaak van splayleg is niet bekend. In de literatuur worden vele factoren voor het ontstaan  van de aandoening genoemd, namelijk:

• voeding van de zeug
• gladheid van de vloer
• omgevingstemperatuur
• geslacht
• erfelijkheid
• pariteit van de zeug
• geboortegewicht
• toomgrootte

Klinische verschijnselen
De klinische  verschijnselen  zijn duidelijk. Aangetaste biggen kunnen niet staan. Meestal zijn de achterpoten  aangetast.  De achterpoten steken naar voren. Soms zijn ook de voorpoten  aangetast (zwemmers). Aangetaste biggen vertonen  vaak oedeem aan de achterhand, staartnecrose en necrose van de huid.

Therapie
Het fixeren van de achterpoten  aan elkaar, blijkt een goede behandeling.  Hiervoor kan een teugel van ongeveer 5 cm kleefpleister (leukoplast) worden gebruikt.  In de handel zijn hiervoor ook speciale ringen te verkrijgen.

Preventie
• Goed voerschema voor drachtige zeugen, met als streven een geboortegewicht boven 1400 gram. Het verstrekken van extra vitaminen en melkpoeder aan de zeug, gedurende de latere dracht wordt wel aanbevolen.
• Goede omstandigheden  voor de biggen  tijdens het geboorteproces.  De vloeren  moeten voldoende stroef zijn. Daarnaast dient de staltemperatuur tijdens het werpen 22°C tot 24°C te zijn. Metalen roosters zijn snel te glad en te koud, vooral bij diepe mestputten, ook al is de staltemperatuur  voldoende hoog. Werpmatten kunnen uitkomst  bieden.
• Foktechnische maatregelen,  zoals het gebruik van andere varkens- c.q. berenlijnen.
Nakomelingen uit splayleg-tomen niet aanhouden voor de fokkerij, hoewel een negatief ‘splayleg-effect’ niet bewezen is. Bedrijfseffecten zijn vele malen belangrijker bij het optreden van splayleg, dan de her- komst en geschiedenis van de fokdieren.

 

piglet with splayleg
Splayleg
10-12NadisSplayleg4

 

Hiermee heeft u een  inzage in de klauwgezondheid van het varken.
Er valt nog veel meer over te vertellen. Wilt u meer weten, wij helpen u graag verder.