Vruchtbaarheid

Vruchtbaarheidsproblemen in de zeugenhouderij hebben een negatieve impact op het financiële resultaat. Enerzijds door de toename van het aantal verliesdagen of anderzijds via een tegenvallende toomgrootte of bigvitaliteit.

Algemeen

Vruchtbaarheidsproblemen bij zeugen kunnen in het algemeen als volgt worden ingedeeld:

  • Verlengd interval spenen – dekken
  • Terugkomers
  • Mummificatie/doodgeboorte en abortus

Deze onderwerpen zullen hieronder kort worden belicht. Daarnaast is voornamelijk het najaar een erg lastig seizoen met betrekking tot vruchtbaarheid. Derhalve zal dit onderwerp apart worden besproken.

Verlengd interval spenen – dekken

Een vergroot interval spenen - dekken ontstaat ofwel door:

  • Suboestrus; normale eicelontwikkeling en eisprong. De berigheid van de zeug of gelt wordt echter niet gezien:
    • De typische berigheidsverschijnselen zijn te weinig aanwezig; vulva roze, vaginaal slijm, sta- reflex
      • Stress, angst, genetica, licht (≥ 100 lux gedurende minimaal 14 uur), temperatuur, pijn, weinig-geen beerstimulatie.
    • Gemiste berigheid door veehouder; er wordt te weinig aandacht geschonken aan berigheidsdetectie.
  • Anoestrus; minder tot normale eicelontwikkeling. Er vindt echter geen eisprong plaats. Dit is afhankelijk van:
    • Conditie; teveel gewichtsverlies tijdens kraamstalperiode heeft een negatieve invloed op de eisprong. Daarnaast hebben ook een te slechte groei <620 gram/dag en te overmatige groei > 750 gram/dag in de opfokperiode een negatieve impact op ontwikkeling van de eicellen en de eisprong.

Terugkomers

Minder dan 10% terugkomers kan als normaal worden beschouwd. Terugkomers kunnen onderverdeeld worden in:

  • Regelmatige terugkomers; komen rond 3 of 6 weken na inseminatie terug.
    • Geen bevruchting; samenspel van niet optimale berigheidsdetectie en slecht inseminatiemoment, manier van insemineren, kwaliteit sperma.
    • Wel bevruchting:
      • Sterfte vruchtjes binnen enkele uren: combinatie van leeftijd ei- en zaadcel (te oud) en inseminatiemoment (te laat).
      • Onvoldoende embryo’s op dag 12 na inseminatie (≥ 5 vruchtjes); langdurige stress, infecties (zoals bijv. baarmoederontsteking).
  • Onregelmatige terugkomers; komen tussen de 3-6 weken na inseminatie terug.
    • Embryonale sterfte tussen dag 12-23: door infecties, mycotoxines.
    • Vertraagde eicelontwikkeling: conditie zeug (te mager), seizoen.

Mummificatie en abortus

Mummificatie en abortus kunnen plaats vinden vanaf dag 35 dracht. De ‘dode’ vruchtjes kunnen dan namelijk niet meer door de zeug/gelt haar lichaam geresorbeerd worden. Mummificatie kan het gevolg zijn ofwel te grootte worpen t.o.v. inhoud baarmoeder of infecties. Infecties kunnen ook abortus veroorzaken. Een aantal belangrijke infectieuze aandoeningen hiertoe zijn: influenza, vlekziekte, salmonella, PRRS en Parvo, etc. Daarnaast kunnen diverse heftige stres veroorzakende omstandigheden eveneens resulteren in abortus. Hierbij is te denken aan: pijn, entreacties, klimaat, etc. 

 

Najaarsverwerpen

Het najaar (september-oktober) is een erg lastig seizoen om gelten/zeugen goed berig/dragend te krijgen na spenen/inseminatie. Factoren die specifiek hier van grote invloed zijn, zijn:

  • Snel afnemende daglichtlengte; varkens tonen van oorsprong de berigheid in het voorjaar. Dit betekent dat hoofdzakelijk een lichtlengte van minimaal 14 uur bij minimaal 100 lux erg belangrijk is!
  • Temperatuurswisselingen; vooral grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht hebben een negatieve invloed. De temperatuur dient constant tussen 18-21⁰C gehouden te worden!

Daarnaast zullen bijkomende factoren als stress, infecties en een te magere conditie dit fenomeen verslechteren.

Door Mariël Eidhof, varkensdierenarts.